Per 1 juli is het VCA 2017/6.0-certificatieschema gewijzigd. Met deze aanpassing krijgt leiderschap een expliciete en toetsbare plek binnen de norm. Voor het eerst wordt van organisaties verwacht dat zij kunnen aantonen dat leidinggevenden beschikken over passende leiderschapsvaardigheden die bijdragen aan veilig werken.
Tot 1 juli 2026 geldt een overgangsregeling. Daarna is aantoonbaar leiderschap geen optimalisatie meer, maar een harde eis voor het behoud van het VCA-certificaat.
Wat is er per 1 juli precies veranderd?
In het VCA-certificatieschema zijn vraag 1.3 en 1.4 aangepast. De kern van de wijziging is dat veiligheid niet langer alleen wordt beoordeeld op procedures en instructies, maar ook op de manier waarop leidinggevenden sturen op gedrag.
Concreet betekent dit dat organisaties vanaf 1 juli moeten kunnen laten zien dat:
-
Leiderschapsvaardigheden zijn vastgelegd in functieomschrijvingen van leidinggevenden;
-
Deze vaardigheden onderdeel zijn van beoordeling en evaluatie;
-
Het leiderschap aansluit op de risico’s, werkzaamheden en context van de organisatie;
-
Leidinggevenden actief bijdragen aan veilig gedrag op de werkvloer.
Hiermee verschuift de VCA nadrukkelijk van papier naar praktijk.
Waarom deze wijziging?
De aanpassing past binnen een bredere ontwikkeling binnen de VCA en het SSVV, waarbij gedrag en veiligheidscultuur steeds belangrijker worden. Incidenten en bijna-ongevallen blijken in de praktijk vaak niet het gevolg van ontbrekende regels, maar van menselijk gedrag en besluitvorming.
Leidinggevenden spelen hierin een sleutelrol. Zij bepalen hoe veiligheid wordt besproken, nageleefd en afgedwongen. De norm erkent nu expliciet dat effectief leiderschap een voorwaarde is voor veilig werken.
Welke leiderschapsvaardigheden worden verwacht?
De VCA schrijft geen vaste competentielijst voor, maar verwacht dat vaardigheden passen bij de risico’s binnen de organisatie. Denk bijvoorbeeld aan:
-
Snel en doordacht beslissingen nemen bij onveilige situaties;
-
Duidelijk en consequent communiceren over veiligheid;
-
Toezicht houden en tijdig ingrijpen;
-
Het goede voorbeeld geven in veilig gedrag.
Belangrijk is niet alleen dát deze vaardigheden bestaan, maar dat ze aantoonbaar worden toegepast.
Overgangsperiode tot 1 juli 2026
Vanaf 1 juli tot 1 juli 2026 geldt een overgangsperiode. In deze fase kan het ontbreken van aantoonbaar leiderschap tijdens een audit leiden tot een verbeterpunt, maar nog niet tot een afwijking.
Na 1 juli 2026 vervalt deze coulance. Organisaties moeten dan volledig voldoen aan de aangepaste eisen. Zo niet, dan kan dit directe gevolgen hebben voor de VCA-certificering.
Zo speel je nu al in op de wijziging
Hoewel de verplichting pas per 1 juli 2026 volledig van kracht is, is het verstandig om nu al te handelen. Praktische stappen zijn:
-
Het aanpassen van functieomschrijvingen van leidinggevenden;
-
Het organiseren van gerichte trainingen of ontwikkeltrajecten;
-
Het opnemen van leiderschap in beoordelings- en functioneringsgesprekken;
-
Het vastleggen hoe leidinggevenden veiligheid zichtbaar aansturen.
De wijziging per 1 juli maakt duidelijk dat leiderschap niet langer een impliciet onderdeel van de VCA is, maar expliciet en toetsbaar. Door hier tijdig op in te spelen, voorkom je verrassingen bij toekomstige audits.